UNESCO-verdrag 1970

Op 14 november 1970 werd in Parijs de tekst van de Overeenkomst inzake de middelen om de onrechtmatige invoer, uitvoer en eigendomsoverdracht van culturele goederen te verbieden en te verhinderen, aangenomen. Het is het tweede internationale verdrag dat door UNESCO tot stand is gekomen en ook dit verdrag kent, net als het Haags Verdrag, een lange onderhandelingsgeschiedenis. Het UNESCO-verdrag 1970 is de eerste grote internationale overeenkomst die de illegale handel in beschermde cultuurgoederen regelt. Het Verdrag trad in werking op 24 april 1972.

Het verdrag heeft betrekking op het nemen van preventieve maatregelen om cultuurgoederen te beschermen, op internationale samenwerking en op de terugvordering van cultuurgoederen die op illegale wijze het land van oorsprong hebben verlaten. Bij de terugvordering van cultuurgoederen gaat het om voorwerpen die door een verdragsstaat zijn gedefinieerd in de nationale wetgeving.  

Naast het toezicht op het wettelijk beschermde erfgoed uit landen die zijn aangesloten bij het UNESCO-verdrag 1970, wordt bij invoer in Nederland ook gecontroleerd op het wettelijk beschermde erfgoed van Irak en Syrië en op cultuurgoederen die tijdens een gewapend conflict uit een bezet gebied zijn uitgevoerd. Eind 2020 zal de uitbreiding van controle op invoer zich uitstrekken tot het erfgoed van meer landen, met het van kracht worden van EU Verordening 2019/880.

Het UNESCO-verdrag 1970 trad in Nederland in werking op 1 juli 2009 met de Uitvoeringswet UNESCO-verdrag 1970 inzake onrechtmatige invoer, uitvoer of eigendomsoverdracht van cultuurgoederen. In 2016 is de Uitvoeringswet opgenomen in de Erfgoedwet (hoofdstuk 6, paragraaf 1).

Er zijn 140 landen aangesloten bij het verdrag (stand 23-4-2020).

Verbod

In de Nederlandse wet zijn regels vastgelegd over de inbewaringneming en instelling van een vordering tot teruggave van cultuurgoederen indien deze buiten het grondgebied van een verdragsstaat zijn gebracht. In de Erfgoedwet is in artikel 6.3 het verbod opgenomen om een cultuurgoed  binnen Nederland te brengen, dat:

  • Buiten het grondgebied van een verdragsstaat is gebracht met schending van de bepalingen die in overeenstemming met de doelstellingen van het UNESCO-verdrag 1970 door die verdragsstaat zijn vastgesteld ter zake van de uitvoer van cultuurgoederen uit die verdragsstaat of ter zake van eigendomsoverdracht van cultuurgoederen; of
  • In een verdragsstaat is ontvreemd.

Toezicht

De Inspectie Overheidsinformatie en Erfgoed en de Belastingdienst/douane houden toezicht op het bepaalde in hoofdstuk 6 paragraaf 1 in de Erfgoedwet.

Indien aangetroffen  cultuurgoederen Nederland worden binnen gebracht, ten aanzien waarvan het redelijke vermoeden bestaat dat ze onrechtmatig buiten het grondgebied van een verdragsstaat zijn gebracht, kan de Inspectie Overheidsinformatie en Erfgoed deze namens de minister in bewaring nemen voor een periode van ten hoogste 24 weken. De inbewaringneming wordt op schrift gesteld. De verdragsstaat kan in deze periode zo nodig een vordering tot teruggave instellen bij een rechtbank in Nederland. Een voorwaarde is dat het voorwerp na 1 juli 2009 uit de verdragsstaat is uitgevoerd (het moment dat Nederland partij werd) en in Nederland ingevoerd.

Indien Nederlands wettelijk beschermd erfgoed onrechtmatig uit Nederland verdwijnt en in een andere verdragsstaat opduikt, kan Nederland in dat land een verzoek doen tot teruggave.

Aanvullende regelingen

Richtlijn 2014/60/EU voorziet samen met het UNESCO-verdrag 1970 in bescherming van cultuurgoederen bij invoer in Nederland met een teruggaveprocedure voor onrechtmatig uitgevoerde cultuurgoederen. De Richtlijn richt zich op het beschermde erfgoed van een EU lidstaat, en het UNESCO-verdrag heeft een mondiale reikwijdte van 140 landen die bij het verdrag zijn aangesloten (binnen de EU zijn alleen Malta en Ierland geen partij). 

Eind 2020 zal de bescherming van cultuurgoederen bij invoer en het binnenbrengen in de EU uitgebreid worden met de EU Verordening 2019/880, die een reikwijdte heeft van 196 internationaal erkende onafhankelijke staten (193 leden van de VN plus Palestina, Vaticaanstad en Kosovo). 

Verordening nr. 116/2009  regelt de eenvormige controle op de uitvoer van cultuurgoederen uit de EU. Voor voorwerpen boven een bepaalde waarde en ouderdom die tijdelijk of definitief buiten de EU worden uitgevoerd, is een uitvoervergunning nodig. Dit vergunningenstelsel draagt bij aan de controle op ongeoorloofde uitvoer van wettelijk beschermd cultureel erfgoed. Een vergunningenstelsel behoort tot de preventieve maatregelen die in het UNESCO-verdrag 1970 worden gesteld.

Daarnaast is het verboden om in Nederland culturele goederen binnen te brengen of in Nederland onder zich te houden die afkomstig zijn uit een bezet gebied. Dit verbod geldt ook voor de sanctiemaatregelen jegens het culturele erfgoed van Irak en Syrië. 

©Unesco
Unesco 1970