Overtredingen bij monumenten

Een overtreding van regels voor de bescherming van monumenten kan een strafbaar feit zijn waar een gemeente tegen op kan treden. Als er sprake is van (onherstelbare) aantasting van de monumentale waarde, is strafrechtelijke handhaving te overwegen en het doen van aangifte.

Steeds meer gemeenten treden actief op bij overtredingen bij rijksmonumenten. In de Monitor monumenten en archeologie gemeenten (2019-2020) van de Inspectie Overheidsinformatie en Erfgoed geeft 78% van de gemeenten aan dat zij toezicht houden ter voorkoming van vernieling en beschadiging van rijksmonumenten. Zo’n 41% kent aan handhaving bij rijksmonumenten de hoogste dan wel een hoge prioriteit toe. Vaak gebeurt dit door bestuursrechtelijke handhaving, in de vorm van een bouwstop of door het opleggen van dwangsommen. Maar in sommige gevallen gaat een gemeente er toe over om aangifte te doen. Zo kunnen gemeenten aangifte doen bij de politie vanwege illegale wijzigingen, onjuist uitgevoerde restauraties of wijzigingen, vernieling of het niet nakomen van de instandhoudingsplicht bij rijksmonumenten.

Op dit moment is de regelgeving voor de bescherming van monumenten opgenomen in onder andere de volgende wetten:

  • Monumentenwet 1988/Erfgoedwet
  • Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo)
  • Wet op de economische delicten (Wed)
  • Omgevingswet (vanaf 1 juli 2022) 

Gemeenten die overwegen om aangifte te doen van een overtreding kunnen voor een advies contact opnemen met de Inspectie. Dit kan via de contactpagina op deze website.  De Inspectie  publiceert binnenkort "Monument en overtreding, een handreiking voor gemeenten bij strafrechtelijke handhaving ".