In 2026 is de samenwerking tussen de Inspectie Overheidsinformatie en Erfgoed en de Kustwacht in een nieuwe fase beland. Met de komst van een data-analist die namens de Inspectie bij de Kustwacht werkt, is een belangrijke stap gezet richting een meer geïntegreerde, data-gedreven vorm van proactief toezicht op de omgang met maritiem erfgoed. Die ontwikkeling onderstreept een belangrijk punt: effectief toezicht op de Noordzee vraagt om verbinding tussen organisaties, systemen en belangen.
De Noordzee is een drukbezocht en veelzijdig gebied, waar economische activiteiten, natuur en erfgoed elkaar raken. De Kustwacht speelt daar een centrale rol als uitvoerende organisatie voor toezicht en handhaving op zee. Tegelijkertijd heeft de Inspectie een specifieke verantwoordelijkheid: het beschermen van maritiem erfgoed, zoals scheepswrakken en hun waarde voor de kennis van het verleden.
Die verantwoordelijkheden overlappen in de praktijk. Toch was de samenwerking lange tijd niet vanzelfsprekend. Zoals senior inspecteur en archeoloog Nico van de Inspectie uitlegt: “Formeel is de Kustwacht verantwoordelijk voor het toezicht op de Noordzee. Maar toen die organisatie werd opgericht, heeft niemand eraan gedacht dat onze Inspectie ook een toezichtstaak heeft op zee.”
Dat leidde tot een situatie waarin de Inspectie afhankelijk was van de Kustwacht voor inzet op zee, zonder formeel onderdeel te zijn van het samenwerkingsverband tussen zes ministeries. Sinds 2019 wordt echter steeds vaker en intensiever samengewerkt.

Wrak rammonitor Zr.Ms. Adder - gezonken juli 1882 | beeld: Rijkswaterstaat
Van pilot naar structurele samenwerking
Een belangrijke stap werd gezet met een pilot in 2021, waarin werd onderzocht of en hoe de toezichtstaak van OCW kon worden geïntegreerd in het werk van de Kustwacht. Die pilot liet zien dat er duidelijke raakvlakken zijn en dat samenwerking goed mogelijk is.
Sindsdien is gewerkt aan een constructie waarbij OCW wel opdrachtgever van de Kustwacht is, maar niet meebeslist over de organisatie en de aansturing. De Inspectie draagt financieel bij en haar toezichtbelangen worden meegenomen in plannen en prioritering. Volgens Nico markeert 2026 een kantelpunt: “We werkten altijd al samen, maar dat was heel incidentgericht. Nu willen we ook andere krachten van de Kustwacht benutten, zoals analyse en structureel toezicht.”
Erkenning maritieme schatten
Senior beleidsadviseur Rouby (Kustwacht) was samen met Nico de aanjager van de pilot in 2021. “Het sterke gevoel dat we door een nauwe samenwerking binnen de Kustwacht het maritiem erfgoed beter kunnen beschermen zit diep. Om deze reden vond ik het belangrijk om dit domein bestuurlijk onder de aandacht te brengen en aan te tonen dat de wensen van OCW en de Inspectie goed te operationaliseren zijn binnen de Kustwacht,” aldus Rouby. “Mijn douane-collega in het Maritiem Informatie Knooppunt Ybele zette zich al langer in voor de bescherming van het maritiem erfgoed en had al veel voorbereidend werk gedaan. Dat samenwerking nu structureel is ingericht is een erkenning van ons werk, maar belangrijker nog: een erkenning voor de maritieme schatten op de bodem van de Noordzee.”

Meldkamer bij de Kustwacht.
Van reactief naar proactief toezicht
De meest zichtbare vernieuwing in deze samenwerking is de inzet van een data-analist binnen de Kustwachtorganisatie. Florian startte in januari 2026 en werkt in een multidisciplinair analyseteam met experts van onder andere Rijkswaterstaat en Staatstoezicht op de Mijnen. Zijn focus ligt nadrukkelijk breder dan alleen op maritiem erfgoed: “Ik werk in een team met vijf analisten en een manager. We werken allemaal aan Kustwacht-gerelateerde taken. Vanuit daar wordt de prioritering gesteld.”
Toch ligt zijn inhoudelijke expertise bij erfgoed, en vormt dat een belangrijk onderdeel van zijn werk. Zijn analyses richten zich onder meer op scheepsbewegingen rond wraklocaties en het identificeren van risico’s. “Je hebt bepaalde locaties, bijvoorbeeld wrakken, en je hebt bewegingen van schepen. Dan wil je kijken in hoeverre die bewegingen over de wraklocaties gaan. Door die data aan elkaar te koppelen kunnen we makkelijker en eerder locaties identificeren waar een relatief hogere kans is op wrakduikers.”
Deze datagedreven aanpak maakt het mogelijk om toezicht slimmer en gerichter in te zetten. Waar voorheen vooral werd gereageerd op incidenten, ontstaat nu de mogelijkheid om risico’s vooraf in kaart te brengen. In het geval van duiken bij scheepswrakken zijn er strikte regels die nageleefd moeten worden.
De kracht van verbinding
De meerwaarde van de samenwerking zit niet alleen in data of capaciteit, maar vooral in de verbinding tussen beide organisaties. Florian ziet zichzelf als schakel: “Door een soort platform te zijn tussen systemen en behoeftes, hoop je dat alle partijen sneller de juiste keuze kunnen maken en gerichter kunnen inzetten waar het belangrijk is.”
Die verbinding werkt twee kanten op. De Kustwacht beschikt over uitgebreide waarnemingssystemen en operationele middelen, terwijl de Inspectie diepgaande kennis heeft van erfgoedlocaties en regelgeving. Juist door die kennis te combineren ontstaat een completer beeld. Nico benadrukt het belang van die wisselwerking: “Wij hebben kennis over de wraklocaties. Die kan de Kustwacht niet zelf beoordelen. Daar hebben ze ons bij nodig. Andersom hebben wij de informatie van de Kustwacht nodig om te zien wat er gebeurt.”
Slimmer handhaven
Een concreet voorbeeld van die samenwerking is de manier waarop toezicht wordt ingericht. Handhaving op zee blijkt vaak lastig, onder andere door de korte tijdvensters waarin duikers actief zijn. Data-analyse biedt hier een alternatief. “Voor ons is het juist interessant om te weten waar een schip vandaan komt en waar het naartoe gaat,” aldus Nico. “Door scheepsbewegingen te analyseren en te koppelen aan wraklocaties, kunnen risicovolle situaties worden geïdentificeerd. Vervolgens kan gericht worden gehandhaafd op momenten dat schepen aanmeren. Dit vergroot de pakkans en maakt inzet efficiënter.”

Beeld: Kustwacht Nederland
Vliegtuig van de Kustwacht.
Een samenwerking in ontwikkeling
Hoewel de eerste stappen veelbelovend zijn, bevindt de samenwerking zich nog duidelijk in de opbouwfase. Het komende jaar staat in het teken van het ontwikkelen van datastromen, analyses en werkprocessen. Volgens Nico is het belangrijkste dat de informatie die de Kustwacht verzamelt goed gebruikt gaat worden voor het toezicht. “Die datastromen moeten goed worden ingericht en gekoppeld aan analyses.”
Ook Florian benadrukt dat er nog veel wordt opgebouwd: “Het is een heel nieuw team. Veel is nog in ontwikkeling, maar juist daardoor kun je nu echt meedenken over hoe je dingen inricht. Uiteindelijk draait het erom dat je samen sneller de juiste keuzes kunt maken en inzet waar het echt nodig is.”
Met de inzet van data en de versterking van de samenwerking lijkt die ambitie dichterbij dan ooit.