Het rapport Van vondst tot vuilnis gaat over deselectie in de archeologische praktijk. Deselectie is het selecteren van archeologische vondsten die niet (of niet langer) bewaard worden in een depot.

Voor dit onderzoek maakte de Inspectie Overheidsinformatie en Erfgoed gebruik van de Inspectiemonitor, waarin archeologische certificaathouders en archeologische depots zijn bevraagd over de naleving van wet- en regelgeving en over hun taakuitvoering in het kader van de Erfgoedwet. Daarnaast heeft de Inspectie tijdens zogeheten reality checks veldarcheologen bevraagd over dit onderwerp. Dit betreft bezoeken in het veld bij certificaathouders die opgravingen uitvoeren, met als doel de werking van het certificeringsstelsel te toetsen.

Uit onderzoek van de Inspectie blijkt dat deselectie slechts op beperkte schaal plaatsvindt en voornamelijk in situaties waarin sprake is van een duidelijke noodzaak. Daarom is bijzondere inzet op handhaving niet nodig. Ook is het de vraag of een voorgenomen wettelijke regeling voor deselectie nodig is. Wel pleit de Inspectie ervoor om informatie over de vondsten die worden verwijderd zo goed mogelijk vast te leggen, zodat later alsnog verder onderzoek kan worden gedaan.

Het rapport is aangeboden aan de minister van Onderwijs Cultuur en Wetenschap en door hem doorgeleid naar de Tweede Kamer.