Richtlijn nr. 93/7/EEG

Richtlijn 93/7 regelt de teruggave van cultuurgoederen die op basis van nationale regelgeving niet zonder meer het grondgebied van een lidstaat mogen verlaten.

Het gaat dan om beschermde cultuurgoederen die illegaal zijn uitgevoerd uit een EU-lidstaat en opduiken in een andere lidstaat van de EU. In Nederland vallen onder meer de voorwerpen die worden beschermd door de Wet tot behoud van cultuurbezit onder de werking van de richtlijn. Hetzelfde geldt voor voorwerpen uit openbare verzamelingen van musea, archieven, bibliotheken en kerkelijke instellingen. De werking geldt voor Nederland alleen wanneer cultuurgoederen na 1 januari 1993 onrechtmatig buiten het grondgebied van een lidstaat zijn gebracht.

Aanvullende regelingen

De richtlijn voorziet samen met Verordening 116/2009 in bescherming van het Europese roerende culturele erfgoed. Waar verordening 116/2009 vooral toeziet op de uitvoer uit de EU, beschermt de richtlijn het nationale culturele erfgoed binnen de EU. De regelingen vullen elkaar dus aan en hebben tot doel om het fundamentele beginsel van vrij verkeer van cultuurgoederen te verenigen met dat van bescherming van nationale efgoedschatten. Om het toepassingsgebied van verordening en richtlijn af te bakenen is aan beide een bijlage met categorieƫn cultuurgoederen (er zijn er vijftien) toegevoegd met voor iedere categorie een bepaalde waarde en ouderdomsdrempel.

De Inspectie Overheidsinformatie en Erfgoed is aangewezen als de bevoegde autoriteit voor Richtlijn 93/7. Dit betekent dat verzoeken om teruggave door collega-autoriteiten uit de andere EU-lidstaten door de Inspectie in behandeling worden genomen en dat de Erfgoedinspectie in Nederland het kanaal is waarlangs verzoeken in andere lidstaten kunnen worden gedaan.

Richtlijn nr. 93/7/EEG van de Raad van 15 maart 1993, PbEG 1993, L74, over de teruggave van cultuurgoederen dieĀ onrechtmatig buiten het grondgebied van de lidstaat zijn gebracht.