Teruggave cultuurgoederen Europese Unie

Cultuurgoederen mogen niet zomaar het  grondgebied van een land verlaten zonder toestemming van de eigenaar of autoriteit. Daarvoor is regelgeving opgesteld, door de landen in de Europese Unie, waar een ieder zich aan moet houden. Hieronder staan de regelingen, zowel Europees als internationaal, verder toegelicht. 

Europese Unie (richtlijn 2014/60/EU)

Het gaat  om beschermde cultuurgoederen die illegaal zijn uitgevoerd uit een EU-lidstaat en opduiken in een andere lidstaat van de EU. In Nederland vallen de voorwerpen die worden beschermd door de Erfgoedwet onder de werking van de richtlijn. Het gaat dan onder andere om voorwerpen uit openbare verzamelingen van musea, archieven, bibliotheken en kerkelijke instellingen. De werking geldt voor Nederland alleen wanneer cultuurgoederen ná 1 januari 1993 onrechtmatig buiten het grondgebied van een lidstaat zijn gebracht.

Nieuw is dat Richtlijn 2014/60/EU geen bijlage meer heeft met cultuurgoederen en financiële waarde- en ouderdomsdrempels. Hierdoor komen meer cultuurgoederen voor bescherming onder de werking van de richtlijn in aanmerking. De bijlage met indeling in 15 categorieën en financiële waarde- en ouderdomsdrempels voor iedere categorie, geldt nog wel voor Verordening 116/2009 betreffende de uitvoer van cultuurgoederen.

Andere belangrijke veranderingen ten opzichte van de oude Richtlijn 93/7 zijn dat  de verjaringstermijnen van een vordering tot teruggave zijn verlengd, dat de administratieve samenwerking tussen de lidstaten is versterkt met een speciaal Informatiesysteem Interne Markt en dat er een uitbreiding is van het begrip ‘nodige zorgvuldigheid bij de verwerving van een cultuurgoed’ die gekoppeld is aan een billijke vergoeding indien er sprake is van teruggave van het cultuurgoed.

Aanvullende regelingen

Deze richtlijn voorziet samen met Verordening 116/2009 in de uitvoer van cultuurgoederen en de bescherming van het Europese roerende culturele erfgoed. Waar Verordening 116/2009 vooral toeziet op de uitvoer uit de EU, beschermt de richtlijn het nationale culturele erfgoed binnen de EU. De regelingen vullen elkaar dus aan en hebben tot doel om het fundamentele beginsel van vrij verkeer van cultuurgoederen te verenigen met dat van bescherming van nationale erfgoedschatten.

Richtlijn 2014/60/EU van het Europees Parlement en de Raad van 15 mei 2014 betreft de de teruggave van cultuurgoederen die op onrechtmatige wijze buiten het grondgebied van een lidstaat zijn gebracht. De herschikking van de richtlijn wordt geregeld door de wet ter implementatie van Richtlijn 2014/60/EU.

Richtlijn 2014/60/EU is met ingang van 19 december 2015 in de plaats gekomen van Richtlijn 93/7/EEG.

Toezicht

De Inspectie Overheidsinformatie en Erfgoed is net als bij Richtlijn 93/7 aangewezen als de centrale autoriteit voor Richtlijn 2014/60/EU. Dit betekent dat verzoeken om teruggave door collega-autoriteiten uit de andere EU-lidstaten door de Erfgoedinspectie in behandeling worden genomen en dat de Inspectie in Nederland het kanaal is waarlangs verzoeken in andere lidstaten kunnen worden gedaan. De centrale autoriteiten zorgen onder andere voor maatregelen voor het materiële behoud van een voorwerp, zodat een verzoekende lidstaat een vordering tot teruggave in kan stellen bij een bevoegde rechtbank.