Cultuurgoederen in de Erfgoedwet

Vanaf 1 juli 2016 is in Nederland de Erfgoedwet van kracht geworden. In deze wet is een aantal Nederlandse cultuurwetten gebundeld die te maken hebben met de bescherming van cultuurgoederen.

Europese en internationale wetgeving

Op het gebied van grensoverschrijdend goederenverkeer is in de Erfgoedwet de bescherming ondergebracht van het Nederlandse erfgoed en het culturele erfgoed van één van de EU-lidstaten of de partijen bij de UNESCO-verdragen 1970 en 1954. Vooral de hoofdstukken 4 en 6 in de Erfgoedwet zijn van belang. In hoofdstuk 8 is vermeld hoe handhaving en toezicht zijn geregeld.

Wettelijke bescherming

In Nederland vallen onder de wettelijke bescherming:

  • Cultuurgoederen die deel uitmaken van een openbare collectie vermeld in de inventarislijst van een museum, een archief of een vaste collectie van een bibliotheek, waarvan de Staat of een ander openbaar lichaam eigenaar is of die in overwegende mate wordt gefinancierd door de Staat of een ander overheidslichaam;
  • Een cultuurgoed dat deel uitmaakt van een inventarislijst van cultuurhistorische of wetenschappelijke betekenis waarvan een kerkgenootschap of een ander genootschap op religieuze grondslag eigenaar is;
  • De lijst van beschermde cultuurgoederen en beschermde verzamelingen van bijzondere cultuurhistorische of wetenschappelijke betekenis of uitzonderlijke schoonheid en die als onvervangbaar en onmisbaar behoren te worden behouden voor het Nederlands cultuurbezit;
  • Rijksmonumenten en onderdelen daarvan;
  • Onrechtmatig opgegraven archeologische vondsten;
  • Archiefbescheiden en onderdelen daarvan als bedoeld in artikel 1 onder c van de Archiefwet 1995, die ouder zijn dan 50 jaar

In hoofdstuk 4 van de Erfgoedwet is vermeld dat wettelijk beschermde voorwerpen niet buiten Nederland gebracht mogen worden zonder toestemming van de rechtmatige eigenaren of houders, of zonder de vereiste uitvoervergunning indien ze voldoen aan bepaalde waarde- en ouderdomsdrempels.

Wat tot het beschermde culturele erfgoed van een ander land hoort, is aan elke verdragsstaat zelf om aan te wijzen als belangrijk voor de oudheidkunde, de prehistorie, de geschiedenis, de letterkunde, de kunst of de wetenschap en van wezenlijk belang voor het cultureel erfgoed. Cultuurgoederen die in verdragsstaten wettelijk zijn beschermd en onrechtmatig zijn uitgevoerd of ontvreemd, of afkomstig zijn uit een bezet gebied, kunnen in Nederland in bewaring worden genomen als er een redelijk vermoeden bestaat dat hiervan sprake is, zodat verdragsstaten een vordering tot teruggave kunnen instellen.